default logo

Juist wat niet te tellen is, telt!

In onze assurancepraktijk houden ons wij naast de welbekende Accountant3.0 opdrachten ook bezig met klassieke projecten, zoals subsidiecontroles. De laatste jaren merken wij dat subsidieverstrekkers steeds meer assurance van ons verwachten.

Toenemende regelgeving

De wijze waarop wij onze controle moeten inrichten en welke thresholds voor materialiteit gehanteerd moeten worden bij de uitvoering van onze controle worden beschreven in steeds dikkere controleprotocollen. In veel gevallen is voor de subsidieverstrekker een controleverklaring alleen niet voldoende, maar wordt ook een rapport van feitelijke bevindingen verwacht.

De wijze waarop wij onze controle moeten inrichten en welke thresholds voor materialiteit gehanteerd moeten worden bij de uitvoering van onze controle worden beschreven in steeds dikkere controleprotocollen.

Bij de uitvoering van dergelijke opdrachten is er weinig ruimte voor eigen inbreng en creativiteit van ons als accountant, we hoeven slechts datgene te doen wat de subsidieverstrekker verlangt. Ook hoeven wij niet na te denken over de materialiteitsberekening, want die wordt ook gewoon voorgeschreven door de subsidieverstrekker. Lekker eenvoudig dus, aan het einde van de werkzaamheden verzamel je bevindingen, geconstateerde fouten en onzekerheden en vervolgens geef je de daarbij passende controleverklaring af, allemaal volgens het stramien van de subsidieverstrekker. Een accountant 1.0 kan de was doen!

Echter, in dergelijke controles zit voor onze klanten weinig meerwaarde. Zij ervaren het slechts als een noodzakelijk kwaad om de subsidie vastgesteld en afgerekend te krijgen. Wij merken echter wel dat de verbazing bij hen toeneemt. De diepgang en hoeveelheid van de voorgeschreven werkzaamheden nemen toe en daarmee ook de controlekosten. Geld dat de subsidie-ontvanger veel liever uitgeeft aan het doel waarvoor de subsidie in eerste instantie is aangevraagd.

Als dan ook nog blijkt dat de subsidieverstrekker de nuances in de soorten af te geven controleverklaringen niet juist kan interpreteren en beperkingen behandelt als oordeelonthouding, kan dit grote financiële impact hebben.

Interpretatie van controleverklaringen

Onlangs maakten wij mee dat een subsidieverstrekker de door ons afgegeven controleverklaring niet juist wist te interpreteren. Door het niet kunnen verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot een specifiek onderdeel van de subsidie moesten wij een verklaring met beperking wegens onzekerheid in de controle afgeven. Deze verklaring past prima binnen het stramien van de subsidieverstrekker, die zelf ook aangeeft dat een dergelijke verklaring afgegeven dient te worden bij een onzekerheid in de controle tussen de drie en tien procent van het subsidiebedrag.

Door het afgeven van de verklaring met beperking geven wij aan dat met een redelijke mate van zekerheid kan worden verklaard dat de onzekerheid niet tot een fout leidt die groter dan tien procent van het subsidiebedrag is. Echter besloot de subsidieverstrekker in dit geval de gehele post waar de onzekerheid betrekking op heeft uit de verantwoording te schrappen, omdat deze post de grens van tien procent van het subsidiebedrag ruimschoots overschreed. De gevolgen van de onjuiste interpretatie van onze verklaring door de subsidieverstrekker heeft daarmee grote financiële impact voor de subsidieontvanger.

Je ziet veel dat non-profit organisaties aan allerlei eisen moeten voldoen alvorens ze überhaupt in aanmerking komen voor het verkrijgen van subsidiegelden. Deze eisen dienen door allerlei instanties getoetst te worden en het voldoen aan de eisen moet bevestigd worden middels diverse rapportages. Wanneer organisaties actief zijn in bijvoorbeeld de zorgsector dan komen er ook diverse instanties langs om te controleren of er conform de gestelde eisen zorg verleend wordt. Ook dit leidt weer tot rapportages.

Als toetje mogen wij als accountant ook nog naar de financiële verantwoording kijken en daar natuurlijk over rapporteren. Alle instanties doen hun eigen ding en rapporteren zelfstandig. Echter, vaak zit in de uitgevoerde werkzaamheden overlap op verschillende gebieden, wat betekent dat de betrokken instanties voor hun verantwoording dezelfde vragen aan dezelfde mensen binnen de organisatie stellen. Op deze manier is de organisatie onnodig veel tijd kwijt, tijd die beter besteed kan worden aan het doel en de missie van de organisatie.

Kantelingen

Het bovenstaande schetst eigenlijk twee verschijnselen waarvan we verwachten dat een kanteling gaat plaatsvinden in ons vak:

  1. De toenemende regelgeving bij de vraag naar assurance. De partijen die hiervoor de kosten moeten betalen beginnen daar steeds meer tegen te ageren en verlangen eigenlijk van onze beroepsgroep om hier verandering in aan te brengen.
  2. De informatie die bij assurance afgegeven wordt is misschien niet altijd de informatie waar de partij die assurance verlangt het meeste aan heeft.

Er zijn dus concrete geluiden uit de markt waarin gevraagd wordt onze diensten anders in te richten, en dat juichen wij als Coney vooral toe. Pieter de Kok gaf onlangs in zijn blogpost al een pleidooi dat het misschien tijd wordt om eens na te denken of we niet andere dan alleen financiële informatie moeten voorzien.

Dialoog

Het zou mooi zijn als er een dialoog op gang komt tussen alle partijen om te kijken of de gevraagde assurance bij besteding van publieke middelen door accountants niet anders en efficiënter ingericht kan worden.

Het zou mooi zijn als er een dialoog op gang komt tussen alle partijen om te kijken of de gevraagde assurance bij besteding van publieke middelen door accountants niet anders en efficiënter ingericht kan worden.

Ik kan me voorstellen dat in de (jeugd)zorg en non-profit branche hier voldoende behoefte aan is. Dus samen met partijen die publiek geld ontvangen, partijen die publiek geld ter beschikking stellen, partijen die assurance afgegeven en partijen die andere regels stellen binnen de betreffende branche om tafel zitten om een vernieuwd product te ontwikkelen dat meerdere doelen dient. Denk hierbij aan een rapportage en verantwoording, ondertekend door alle partijen, waar alle partijen ook echt iets aan hebben.

Dat betekent dan misschien dat we in de toekomst minder gaan kijken naar getallen en ratio’s, maar meer naar intenties waarmee middelen zijn besteed en wat de maatschappelijke relevantie van de bestede middelen is geweest.

Afgelopen maand hadden we een eerste verkennend gesprek om te kijken of het mogelijk is om een dergelijke dialoog te voeren met alle betrokken partijen. Tijdens dit gesprek werd door de bestuurder van een jeugdzorginstelling gezegd: “Juist wat niet te tellen is, telt!” Een directe oproep aan ons om meer te kijken naar aspecten die niet in getallen te vangen zijn.

Zou jij ook de dialoog aan durven gaan om eens opzoek te gaan naar een meer geïntegreerde methode voor het afgeven van assurance bij dergelijke opdrachten?

WELLICHT OOK INTERESSANT VOOR U:

Laat een reactie achter

*

Send this to a friend